Wat is ‘vulvodynie’? Prof: “Het duurt vaak lang voor vrouwen beseffen dat er iets mis is”

‘Wat is vulvodynie?’ Het is een van de meestgestelde vragen aan Google dit jaar. Professor gynaecologie Hans Verstraelen geeft een duidelijk antwoord: het is een kwaal waar verrassend veel vrouwen mee rondlopen, vaak zelfs onbewust. Hij legt uit wanneer je naar een arts moet en hoe de behandeling werkt. “Schimmelinfecties zijn een risicofactor.”

HLN, Liesbeth De Corte / © beeld: Thomas Verfaille / UZ Gent
Zaterdag 6 december 2025

Wat hield de Vlaming bezig in 2025? Elk jaar probeert Google een antwoord te geven, door de meest voorkomende vragen en zoekopdrachten op te lijsten. En wat blijkt: heel wat Vlamingen stelden de vraag ‘Wat is vulvodynie?’.

Mogelijk heeft dat te maken met realityster Pommeline Tillière (31), bekend als ex-deelneemster van ‘Temptation Island’. Zij vertelde in het programma ‘Koppels in crisis’ dat ze vulvodynie heeft.

Wat is vulvodynie?

Professor Hans Verstraelen is vulva-arts, staflid bij de Vrouwenkliniek en hoogleraar aan UGent. Hij kent de aandoening maar al te goed. “Vulvodynie gaat over pijn ter hoogte van de vulva die we niet kunnen toeschrijven aan een andere aanwijsbare oorzaak. Soms zijn er nog andere klachten, zoals aanhoudende jeuk en droogheid, maar in de meerderheid van de gevallen is er enkel een typische pijn die patiënten beschrijven als branderig, snijdend of schurend. De pijn moet ook chronisch zijn, wat wil zeggen dat hij minstens drie maanden aanhoudt.”

“De pijn kan de hele vulva treffen of een deel ervan. 90 procent van de vrouwen voelt het enkel bij het zogenaamde vestibulum, dat reikt van tussen de kleine schaamlippen en de ingang van de vagina tot aan het maagdenvlies”, zegt de vulva-arts. “Ongeveer een op de twaalf vrouwen heeft daar last van.”

“De pijn komt voor bij druk of wrijving. De meest voorkomende klacht is dus pijn bij het vrijen. Maar sommige vrouwen ervaren de pijn bij het paardrijden, fietsen of zelfs wanneer ze een strakke broek dragen.”

Verstraelen legt uit dat wij, mensen, automatisch reageren op pijn om ons lichaam te beschermen. “Als je pijn ervaart bij het vrijen, zal je de bekkenbodemspieren aanspannen. Soms zien we patiënten met een extreem hoge bekkenbodemspanning of tonus, zoals we dat noemen. Dát is vaginisme. In de meeste gevallen is het dus een gevolg van vulvodynie.”

Lange zoektocht naar hulp

“Patiënten hebben vaak al meerdere hulpverleners bezocht als ze bij ons komen. Ze voelden zich niet ernstig genomen of konden op weinig begrip rekenen, omdat het probleem zo slecht gekend is”, zegt Verstraelen. Het vraagt dus moed om te blijven zoeken naar een oplossing, vindt Verstraelen.

Toch is er al vooruitgang geboekt, meent de prof. “Tien jaar geleden stelden artsen zelden tot nooit de correcte diagnose van vulvodynie. Nu gebeurt dat wel, omdat hulpverleners beter op de hoogte zijn.” De diagnose zelf gebeurt met een soort wattenstaafje waarmee een arts zachtjes tegen het slijmvlies ter hoogte van het vestibulum drukt. De patiënt moet dan met een pijnscore aangeven in welke mate ze pijn ervaart.

Van schimmelinfecties tot trauma: dit zijn de risicofactoren

Doordat er zo weinig onderzoek naar is gevoerd, blijft het gissen naar de oorzaak van vulvodynie. Wat men wel zeker weet, is dat er een aantal biologische veranderingen optreden. “We stellen vaak een chronische ontsteking in het vestibulum vast en een straffe toename van kleine zenuwvezeltjes die betrokken zijn bij pijngeleiding. Of die twee factoren effectief helemaal de pijn verklaren, is moeilijk aan te tonen.”

Naast die weefselveranderingen hebben studies aangetoond dat er een aantal risicofactoren zijn die vulvodynie kunnen uitlokken. “Dan gaat het om terugkerende schimmelinfecties, angst en depressies, trauma’s of een voorgeschiedenis aan misbruik. Sommige mensen zijn simpelweg voorbeschikt voor chronische pijnen.”

Wat vaststaat: er is niet alleen een zware lichamelijke belasting, maar ook veel psychisch leed. “Deze aandoening raakt vrouwen in hun essentie. Ze kampen met schaamte en schuldgevoel. Ze denken dat ze tekortschieten of hebben angst om een relatie aan te gaan.”

“Bovendien ervaren veel vrouwen vulvodynie vanaf hun eerste seksueel contact. Ze weten niet: is dit nu normaal of niet? Ze hebben geen referentiekader en durven er niet over te praten tegen vrienden of hun lief. Vaak duurt het dus heel lang voor patiënten doorhebben dat er iets mis is.”

Dit is de behandeling (en die werkt vaak)

Hoewel vulvodynie steeds meer aan bekendheid wint, is hét middel ertegen nog niet gevonden. “Wij hebben als vulva-artsen dus leentjebuur gespeeld bij pijnartsen. Zij zoeken al jaren uit wat werkt bij chronische pijn. En dat zijn: antidepressiva en anti-epileptica. Als eerste proberen we die medicatie te verwerken in een crème. Een tweede stap is orale medicatie. Brengt dat geen soelaas, dan is een operatie mogelijk waarbij we het slijmvlies ter hoogte van het vestibulum verwijderen.”

Het belangrijkste is dat patiënten kiezen voor een multidisciplinaire behandeling met een gynaecoloog, seksuoloog, psycholoog, pijnarts, en kinesist. “In onze kliniek zal een seksuoloog of psycholoog nagaan of er traumatische ervaringen aan de basis liggen. Plus, ze geven vrouwen de broodnodige begeleiding als ze eronderdoor zitten, en helpen hen om intimiteit opnieuw een plaats te geven in hun leven.”

“Sowieso raden we vrouwen af om de pijn op te zoeken. Dat wil zeggen: geen penetratie. Maar in bed zijn er nog andere opties. Veel koppels vallen dan compleet uit de lucht, omdat ze op seksueel vlak een beperkt repertoire hebben. Een seksuoloog probeert een aantal basics, zoals strelen, opnieuw te introduceren. Dat maakt voor koppels een wereld van verschil. Ze vinden elkaar terug en halen daar veel moed uit.”

“Op het einde van een traject sturen we vrouwen vaak naar een kinesist, waar ze leren om hun aangespannen bekkenbodem te ontspannen. Dan pas wordt het vaginisme dus aangepakt. Veel hangt af van de vaardigheid van de bekkenbodemkinesist, maar meestal loopt de behandeling verrassend vlot. Op een paar sessies tijd leren vrouwen hun bekkenbodemspieren te ontspannen en krijgen ze het vertrouwen in zichzelf terug. Op voorwaarde dat we de pijnoorzaak eerst behandelden, natuurlijk.”

Previous
Previous

“Meestal moeten we penetratie even van het menu halen”: 8 ‘kutmythes’ die zorgen dat we pijn bij seks lang onderschatten

Next
Next

Tientallen extra meldingen over gynaecoloog uit Tienen, meldpunt opent tweede telefoonlijn: "Nooit eerder meegemaakt"